Handlettering naar aanleiding van de verkondiging van zondag 22 november. Deze zondag was het eeuwigheidszondag. We mochten de gemeenteleden herdenken die ons in het afgelopen jaar ontvallen zijn.

Ds. Aart-Jan had als Schriftlezing voor de verkondiging 1 Thessalonicenzen 4:13-18 gekozen.

In het gelezen gedeelte gaat de hoop voorop. De hoop dat iedereen die overleden is bij God mag zijn. Normale ervaringen worden in een keer bijzonder als iemand op sterven ligt. Dingen die normaal waren krijgen dan in een keer een andere dimensie. Wetende dat dit de laatste keer is en dat maakt het speciaal. Naderhand komt het gemis en verdriet. Had hij of zij dit nog maar mee mogen maken…

De gemeente van Thessalonicenzen had een groot geloof en een grote verwachting. Ze blijven uitkijken naar de dag van Jezus’ terugkomst maar hadden daarbij ook verdriet. Verdriet om degene die overleden waren en deze terugkomst niet mee zouden mogen maken.

Ondanks het verdriet is er hoop! Deze hoop ligt in de kern van het evangelie.

(vs 14) “Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.”

Jezus zal, als Hij terug komt, onthaald worden als een koning. De overledenen zullen Hem tegemoet gaan en samen met hen zal Hij terugkeren.

(vs 16) “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.

Zij zullen erbij zijn. De belangrijkste gebeurtenis, daar zullen de overledenen bij zijn. Als gemeente van Christus zullen wij Hem welkom heten. Laten wij ons hier door bemoedigen en hoop houden.